lux-anne trust cooperatie logo2 stars

Trust-Coöperatie van het Huis Lux-Anne [Jaegers] AHB

CQV LLC Ambassy | CQV LLC Creditor Office | General Executor | Notariaat | General Power Of Attorney In Fact

lux-anne trust cooperatie logo2 stars rechts

In zorgvuldige bewaring Genomen door SAC DPP 00446 1004

Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (volledige tekst)

Alle leden van de Verenigde Naties hebben zich gebonden aan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Preambule

Overwegende, dat erkenning van de inherente waardigheid en van de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap grondslag is voor de vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld;

Overwegende, dat terzijdestelling van en minachting voor de rechten van de mens geleid hebben tot barbaarse handelingen, die het geweten van de mensheid geweld hebben aangedaan en dat de komst van een wereld, waarin de mensen vrijheid van meningsuiting en geloof zullen genieten, en vrij zullen zijn van vrees en gebrek, is verkondigd als het hoogste ideaal van iedere mens; Overwegende, dat het van het grootste belang is, dat de rechten van de mens beschermd worden door de suprematie van het recht, opdat de mens niet gedwongen worde om in laatste instantie zijn toevlucht te nemen tot opstand tegen tirannie en onderdrukking;

Overwegende, dat het van het grootste belang is om de ontwikkeling van vriendschappelijke betrekkingen tussen de naties te bevorderen; Overwegende, dat de volkeren van de Verenigde Naties in het Handvest hun vertrouwen in de fundamentele rechten van de mens, in de waardigheid en de waarde van de mens en in de gelijke rechten van mannen en vrouwen opnieuw hebben bevestigd, en besloten hebben om sociale vooruitgang en een hogere levensstandaard in groter vrijheid te bevorderen;

Overwegende, dat de Staten, welke Lid zijn van de Verenigde Naties, zich plechtig verbonden hebben om, in samenwerking met de Organisatie van de Verenigde Naties, overal de eerbied voor en inachtneming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden te bevorderen;

Overwegende, dat het van het grootste belang is voor de volledige nakoming van deze verbintenis, dat eenieder begrip hebbe voor deze rechten en vrijheden; Op grond daarvan proclameert de Algemene Vergadering deze Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als het gemeenschappelijk door alle volkeren en alle naties te bereiken ideaal, opdat ieder individu en elk orgaan van de gemeenschap, met deze verklaring voortdurend voor ogen, er naar zal streven door onderwijs en opvoeding de eerbied voor deze rechten en vrijheden te bevorderen, en door vooruitstrevende maatregelen, op nationaal en internationaal terrein, deze rechten algemeen en daadwerkelijk te doen erkennen en toepassen, zowel onder de volkeren van Staten die Lid van de Verenigde Naties zijn, zelf, als onder de volkeren van gebieden, die onder hun jurisdictie staan:

Artikel 1

Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen.

Artikel 2

Eenieder heeft aanspraak op alle rechten en vrijheden, in deze Verklaring opgesomd, zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status.

Verder zal geen onderscheid worden gemaakt naar de politieke, juridische of internationale status van het land of gebied, waartoe iemand behoort, onverschillig of het een onafhankelijk, trust-, of niet-zelfbesturend gebied betreft, dan wel of er een andere beperking van de soevereiniteit bestaat.

Artikel 3

Eenieder heeft het recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon.

Artikel 4

Niemand zal in slavernij of horigheid gehouden worden. Slavernij en slavenhandel in iedere vorm zijn verboden.

Artikel 5

Niemand zal onderworpen worden aan folteringen, noch aan een wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing.

Artikel 6

Eenieder heeft, waar hij zich ook bevindt, het recht als persoon erkend te worden voor de wet.

Artikel 7

Allen zijn gelijk voor de wet en hebben zonder onderscheid aanspraak op gelijke bescherming door de wet. Allen hebben aanspraak op gelijke bescherming tegen iedere achterstelling in strijd met deze Verklaring en tegen iedere ophitsing tot een dergelijke achterstelling.

Artikel 8

Eenieder heeft recht op daadwerkelijke rechtshulp van bevoegde nationale

rechterlijke instanties tegen handelingen, welke in strijd zijn met de grondrechten hem toegekend bij Grondwet of wet.

Artikel 9

Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige arrestatie, detentie of verbanning.

Artikel 10

Eenieder heeft, in volle gelijkheid, recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie bij het vaststellen van zijn rechten en verplichtingen en bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging.

Artikel 11

  1. Eenieder, die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd, heeft er recht op voor onschuldig gehouden te worden, totdat zijn schuld krachtens de wet bewezen wordt in een openbare rechtszitting, waarbij hem alle waarborgen, nodig voor zijn verdediging, zijn toegekend.

  2. Niemand zal voor schuldig gehouden worden aan enig strafrechtelijk vergrijp op grond van enige handeling of enig verzuim, welke naar nationaal of internationaal recht geen strafrechtelijk vergrijp betekenden op het tijdstip, waarop de handeling of het verzuim begaan werd. Evenmin zal een zwaardere straf worden opgelegd dan die, welke ten tijde van het begaan van het strafbare feit van toepassing was.

Artikel 12

Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige inmenging in zijn persoonlijke aangelegenheden, in zijn gezin, zijn tehuis of zijn briefwisseling, noch aan enige aantasting van zijn eer of goede naam. Tegen een dergelijke

inmenging of aantasting heeft eenieder recht op bescherming door de wet.

Artikel 13

  1. Eenieder heeft het recht zich vrijelijk te verplaatsen en te vertoeven binnen de grenzen van elke Staat.

  2. Eenieder heeft het recht welk land ook, met inbegrip van het zijne, te verlaten en naar zijn land terug te keren.

Artikel 14

  1. Eenieder heeft het recht om in andere landen asiel te zoeken en te genieten tegen vervolging.

  2. Op dit recht kan geen beroep worden gedaan ingeval van strafvervolgingen wegens misdrijven van niet-politieke aard of handelingen in strijd met de doeleinden en beginselen van de Verenigde Naties.

Artikel 15

  1. Eenieder heeft het recht op een nationaliteit.

  2. Aan niemand mag willekeurig zijn nationaliteit worden ontnomen, noch het recht worden ontzegd om van nationaliteit te veranderen.

Artikel 16

  1. Zonder enige beperking op grond van ras, nationaliteit of godsdienst, hebben mannen en vrouwen van huwbare leeftijd het recht om te huwen en een gezin te stichten. Zij hebben gelijke rechten wat het huwelijk betreft, tijdens het huwelijk en bij de ontbinding ervan.

  2. Een huwelijk kan slechts worden gesloten met de vrije en volledige toestemming van de aanstaande echtgenoten.

  3. Het gezin is de natuurlijke en fundamentele groepseenheid van de maatschappij en heeft recht op bescherming door de maatschappij en de Staat.

Artikel 17

  1. Eenieder heeft recht op eigendom, hetzij alleen, hetzij tezamen met anderen.

  2. Niemand mag willekeurig van zijn eigendom worden beroofd.

Artikel 18

Eenieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door de praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van de geboden en voorschriften.

Artikel 19

Eenieder heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren en om door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven.

Artikel 20

  1. Eenieder heeft recht op vrijheid van vreedzame vereniging en vergadering.

  2. Niemand mag worden gedwongen om tot een vereniging te behoren.

Artikel 21

  1. Eenieder heeft het recht om deel te nemen aan het bestuur van zijn land, rechtstreeks of door middel van vrij gekozen vertegenwoordigers.

  2. Eenieder heeft het recht om op voet van gelijkheid te worden toegelaten tot de overheidsdiensten van zijn land.

  3. De wil van het volk zal de grondslag zijn van het gezag van de Regering; deze wil zal tot uiting komen in periodieke en eerlijke verkiezingen, die gehouden zullen

worden krachtens algemeen en gelijkwaardig kiesrecht en bij geheime stemmingen of volgens een procedure, die evenzeer de vrijheid van de stemmen verzekert.

Artikel 22

Eenieder heeft als lid van de gemeenschap recht op maatschappelijke zekerheid en heeft er aanspraak op, dat door middel van nationale inspanning en internationale samenwerking, en overeenkomstig de organisatie en de hulpbronnen van de betreffende Staat, de economische, sociale en culturele rechten, die onmisbaar zijn voor zijn waardigheid en voor de vrije ontplooiing van zijn persoonlijkheid, verwezenlijkt worden.

Artikel 23

  1. Eenieder heeft recht op arbeid, op vrije keuze van beroep, op rechtmatige en gunstige arbeidsvoorwaarden en op bescherming tegen werkloosheid.

  2. Eenieder, zonder enige achterstelling, heeft recht op gelijk loon voor gelijke arbeid.

  3. Eenieder, die arbeid verricht, heeft recht op een rechtvaardige en gunstige beloning, welke hem en zijn gezin een menswaardig bestaan verzekert, welke beloning zo nodig met andere middelen van sociale bescherming zal worden aangevuld.

  4. Eenieder heeft het recht om vakverenigingen op te richten en zich daarbij aan te sluiten ter bescherming van zijn belangen.

Artikel 24

Eenieder heeft recht op rust en op eigen vrije tijd, met inbegrip van een redelijke beperking van de arbeidstijd, en op periodieke vakanties met behoud van loon.

Artikel 25

  1. Eenieder heeft recht op een levensstandaard, die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin, waaronder inbegrepen voeding, kleding, huisvesting en geneeskundige verzorging en de noodzakelijke sociale diensten, alsmede het recht op voorziening in geval van werkloosheid, ziekte, invaliditeit, overlijden van de echtgenoot, ouderdom of een ander gemis aan bestaansmiddelen, ontstaan ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk van zijn wil.

  2. Moeder en kind hebben recht op bijzondere zorg en bijstand. Alle kinderen, al dan niet wettig, zullen dezelfde sociale bescherming genieten.

Artikel 26

  1. Eenieder heeft recht op onderwijs; het onderwijs zal kosteloos zijn, althans wat het lager en basisonderwijs betreft. Het lager onderwijs zal verplicht zijn. Ambachtsonderwijs en beroepsopleiding zullen algemeen beschikbaar worden gesteld. Hoger onderwijs zal openstaan voor eenieder, die daartoe de begaafdheid bezit.

  2. Het onderwijs zal gericht zijn op de volle ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid en op de versterking van de eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Het zal het begrip, de verdraagzaamheid en de vriendschap onder alle naties, rassen of godsdienstige groepen bevorderen en het zal de werkzaamheden van de Verenigde Naties voor de handhaving van de vrede steunen.

  3. Aan de ouders komt in de eerste plaats het recht toe om de soort van opvoeding en onderwijs te kiezen, welke aan hun kinderen zal worden gegeven.

Artikel 27

  1. Eenieder heeft het recht om vrijelijk deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap, om te genieten van kunst en om deel te hebben aan wetenschappelijke vooruitgang en de vruchten daarvan.

  2. Eenieder heeft het recht op de bescherming van de geestelijke en materiële belangen, voortspruitende uit een wetenschappelijk, letterkundig of artistiek werk, dat hij heeft voortgebracht.

Artikel 28

Eenieder heeft recht op het bestaan van een zodanige maatschappelijke en internationale orde, dat de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, daarin ten volle kunnen worden verwezenlijkt.

Artikel 29

  1. Eenieder heeft plichten jegens de gemeenschap, zonder welke de vrije en volledige ontplooiing van zijn persoonlijkheid niet mogelijk is.

  2. In de uitoefening van zijn rechten en vrijheden zal eenieder slechts onderworpen zijn aan die beperkingen, welke bij de wet zijn vastgesteld en wel uitsluitend ter verzekering van de onmisbare erkenning en eerbiediging van de rechten en vrijheden van anderen en om te voldoen aan de gerechtvaardigde eisen van de moraliteit, de openbare orde en het algemeen welzijn in een democratische gemeenschap.

  3. Deze rechten en vrijheden mogen in geen geval worden uitgeoefend in strijd met de doeleinden en beginselen van de Verenigde Naties.

Artikel 30

Geen bepaling in deze Verklaring zal zodanig mogen worden uitgelegd, dat welke Staat, groep of persoon dan ook, daaraan enig recht kan ontlenen om iets

te ondernemen of handelingen van welke aard ook te verrichten, die vernietiging van een van de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, ten doel hebben.

UDIR

Universele Verklaring Individuele Rechten van de Individuele Levende Mens

Om deze inhoud te kunnen zien heeft u een wachtwoord nodig, Voer het wachtwoord in

Lock

Inhoud Beschermd

Art. 237.Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van vijftig [euro] tot vijfhonderd [euro] worden gestraft, en tot ontzetting, voor een duur van vijf jaar tot tien jaar, van de rechten genoemd in de eerste drie nummers van [1 artikel 31, eerste lid]1 kunnen worden veroordeeld : <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding :01-01-2002>
(De leden en leden-assessoren van de hoven en rechtbanken, officieren van de gerechtelijke politie), die zich in de uitoefening van de wetgevende macht inmengen, hetzij door verordeningen te maken die wetgevende bepalingen inhouden, hetzij door de uitvoering van een of meer wetten te stuiten of te schorsen, hetzij door te beraadslagen over de vraag of die wetten zullen worden uitgevoerd;
(De leden en leden-assessoren van de hoven en rechtbanken, officieren van de gerechtelijke politie), die hun macht overschrijden door zich in te mengen in zaken welke tot de bevoegdheid van de administratieve overheid behoren, hetzij door verordeningen betreffende die zaken te maken, hetzij door de uitvoering te verbieden van de bevelen die van het bestuur uitgaan. <W 10-10-1967, art. 139>

Onderschuiving
(Belgisch recht). Er is onderschuiving, wanneer een persoon zich voorstelt of voorgesteld wordt als iemand, die hij niet is. De onderschuiving wordt gestraft in het Belgisch recht: wanneer goederen te koop worden gesteld of in omloop gebracht met ondergeschoven namen; wanneer een openbaar officier of ambtenaar in de uitoefening van zijn bediening valsheid pleegt door onderschuiving van personen; wanneer iemand in een reispas, een wapenverlof of een persoonboekje een ondergeschoven naam aanneemt; of wanneer iemand schuldig is aan onderschuiving van een kind bij een vrouw, die niet bevallen is (art. 191, 194, 199 en 363 Belgisch strafwetboek)


Het Nederlandsche wetboek kent de term onderschuiving niet. Handelingen, die het spraakgebruik onder onderschuiving samenvat, kunnen echter wel als strafbaar feit gekwalificeerd zijn, bijv. valsheid in geschrifte.

Deze website gebruikt cookies voor analyse-doeleinden en/of het tonen van advertenties. Door gebruik te blijven maken van de site gaat u hiermee akkoord.

Artikel 96 – Canons van fiduciair recht

96.1
Canons van fiduciair recht

Door dit allerheiligste Verbond worden de Canons van fiduciair recht gevormd, ook bekend als Canonum De Ius Fidei. Alle normen van de Goddelijke Wet zoals deze betrekking hebben op fiduciair recht zijn onderworpen aan opname in de Canon van fiduciair recht.

96.2
Primaire en enige echte 1e Canon van fiduciair recht

Het Canonum De Ius Fidei vertegenwoordigt de primaire, enige echte 1e canon van het fiduciair recht. Met uitzondering van dit Convenant zullen alle andere wetten, claims en overeenkomsten die normen van fiduciair recht claimen, secundair en inferieur zijn aan het Canonum De Ius Fidei ab initio (vanaf het begin).

Elke wet, rechterlijke bevelen, meningen of andere quasi-juridische claim die dit meest heilige feit tegenspreekt, of in tegenspraak is met een of meer clausules in Canonum De Ius Fidei, is de facto nietig en nietig vanaf het begin.

96.3
Structuur van de canon van het fiduciair recht

De Canon van het Fiduciair Recht, ook bekend als Canonum De Ius Fidei, is gestructureerd in Één (1) Boek, dat op zijn beurt is onderverdeeld in Hoofdstukken, die op hun beurt zijn onderverdeeld in artikelen en vervolgens een of meer Canons binnen elk artikel.

De belangrijkste hoofdstukken van de Canon van het Fiduciair Recht zijn:

I. Inleidende bepalingen
II. Kantoor
III. Officier
IV. Mandaat
V. Akte
VI. Erkenning
VII. Overeenkomst
VIII. Verplichting
IX. Perfectie
X. Verordening (Statuten)
XI. Uitspraak
XII. Rechtvaardigheid

bron: Article 96 – Canons of Fiduciary Law

(i) Niveau 1 van Leven zijn Polymeren (Moleculen); En
(ii) Niveau 2 van het leven zijn eencellig (bacteriën); En
(iii) Niveau 3 van het leven is een eenvoudige aseksuele soort (mono-neurale systemen); En
(iv) Niveau 4 van het leven zijn eenvoudige seksuele soorten (dual-neurale systemen); En
(v) Niveau 5 van het leven zijn complexe seksuele soorten (drievoudige neurale systemen); En
(vi) Niveau 6 van het leven is het leven van hogere orde (zelfbewuste drievoudige neurale systemen).

Definitie voor Persoon:

Uit het Latijnse persona = “het (fictieve) juridische karakter dat een individueel MENS of BEDRIJF vertegenwoordigt door TOESTEMMING”.

Persoon is een belangrijke rechtsregel die een fundamentele juridische fictie beschrijft — dat is elke individuele of formele organisatie die onderworpen is aan de Curie (rechtbanken) of lagere rechtbanken. Als toestemming wordt gegeven zonder dwang, kan een individu, een bedrijf en zelfs een natie juridisch worden beschouwd als een PERSOON en daarom onderworpen zijn aan de beginselen van het gewoonterecht en het commerciële ( maritieme ) recht van de Vaticaanse/ Romeinse cultus . Wettelijk gezien moet de naam die aan een Persoon wordt toegekend altijd in HOOFDLETTERS staan om een “persoon” te onderscheiden van een vrij man of een vrije samenleving.