lux-anne trust cooperatie logo2 stars

Trust-Coöperatie van het Huis Lux-Anne [Jaegers] AHB

CQV LLC Ambassy | CQV LLC Creditor Office | General Executor | Private Notary | General Power Of Attorney In Fact

CQV LLC Ambassade op het niet politieke grondgebied van de Enige Erfgenaam Beneficiair AHB, Non Public op planeet Aarde

lux-anne trust cooperatie logo2 stars rechts

Wet op het Politie Ambt van het Maritieme Politieke Rijksgebied definieert de Inferieure Romeinse wetten: De Wetten van het water (zeerecht) (Law of the sea); Maritieme Wetten (Maritime Law); Admiraliteit Wetten  (Admiralty Law) Schijn van Wettelijk Recht (Color of Law)  (IN SEA DEAD, DEAD AT SEA, INSEAD, DAS). Gebaseerd op twaalf (12) vermoedens van het Romeinse hof (roman court) voor de dode legale fictie PERSOON (placenta natuurlijke persona).

HOOFDSTUK IV.

Afdeling 10. [1 – Identificatie en legitimatie]1

(1)<Ingevoegd bij W 2018-03-21/21, art. 22, 038; Inwerkingtreding : 25-05-2018>

Art. 41.[1 § 1. Alle [3 leden van het operationeel kader]3 in functie dienen in alle omstandigheden te kunnen worden geïdentificeerd.
Politieambtenaren en politieagenten in uniform dragen een naamplaatje dat op zichtbare en leesbare wijze is aangebracht op een welbepaalde plaats van hun uniform.
Voor bepaalde interventies kunnen de korpschef, de commissaris-generaal, de directeur-generaal of hun afgevaardigde evenwel beslissen het naamplaatje te vervangen door een interventienummer.
De [3 leden van het operationeel kader]3 die in burgerkledij tegenover een persoon optreden, of ten minste een van hen, dragen een armband die op zichtbare en leesbare wijze het interventienummer vermeldt waarvan zij houder zijn, behalve wanneer de omstandigheden het niet toelaten.
Wanneer de persoon tegenover wie zij optreden hierom verzoekt, doen de [3 leden van het operationeel kader]3 van hun hoedanigheid blijken door middel van het legitimatiebewijs waarvan zij houder zijn, behalve wanneer de omstandigheden het niet toelaten.
Hetzelfde geldt wanneer [3 leden van het operationeel kader]3 in uniform zich aanmelden aan de woning van een persoon.
[2 Het in het derde lid bedoelde interventienummer bestaat uit vijf cijfers die afgeleid zijn van het identificatienummer van [3 het lid van het operationeel kader]3.]2
De Koning legt de nadere regels vast die de identificatie, in alle omstandigheden, van de [3 leden van het operationeel kader]3 mogelijk maken.
§ 2. Onverminderd artikel 47bis, § 1, 3, van het Wetboek van strafvordering, staat de naam van de [3 leden van het operationeel kader]3 niet vermeld in de aanvankelijke voor die gelegenheid opgestelde processen-verbaal indien zij optreden onder een interventienummer met toepassing van § 1.]1
———-
(1)<W 2014-04-04/53, art. 2, 032; Inwerkingtreding : 09-05-2016 (W 2016-04-21/06, art. 91)>
(2)<W 2016-04-21/06, art. 12, 034; Inwerkingtreding : 09-05-2016 (overgangsbepalingen art. 92 en 93)>
(3)<W 2017-11-12/07, art. 18, 036; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

Afdeling 4. [1 – Bestuurlijke inbeslagneming en aanhouding]1
———-
(1)<Ingevoegd bij W 2018-03-21/21, art. 16, 038; Inwerkingtreding : 25-05-2018>

Art. 30. [1 § 1. De [2 leden van het operationeel kader]2 mogen, in de plaatsen waartoe zij wettelijk toegang hebben, de voorwerpen of dieren die een gevaar betekenen voor het leven of de lichamelijke integriteit van personen of de veiligheid van goederen aan het vrije beschikkingsrecht van de eigenaar, de bezitter of de houder onttrekken, zolang zulks met het oog op de openbare veiligheid of de openbare rust vereist is.
Deze bestuurlijke inbeslagneming geschiedt overeenkomstig de richtlijnen en onder de verantwoordelijkheid van een officier van bestuurlijke politie.
§ 2. De voorwerpen die zijn in beslag genomen bij wijze van bestuurlijke maatregel, worden gedurende maximaal zes maanden ter beschikking gehouden van de houder, bezitter of eigenaar tenzij het om dwingende redenen van openbare veiligheid gerechtvaardigd is om ze onmiddellijk te vernietigen.
Tot die vernietiging wordt besloten door de bevoegde overheid van bestuurlijke politie.
§ 3. De Koning kan de nadere regels bepalen voor het bewaren, teruggeven of vernietigen van de in beslag genomen voorwerpen.]1
———-
(1)<W 2016-04-21/06, art. 8, 034; Inwerkingtreding : 26-01-2019 (overgangsbepalingen art. 92 en 93) (KB 2018-12-07/26, art. 2)>
(2)<W 2017-11-12/07, art. 12, 036; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

Art. 31.Bij het vervullen van hun opdrachten van bestuurlijke politie en onverminderd de bevoegdheden uitdrukkelijk toegekend bij wetten van bijzondere politie, kunnen de (politieambtenaren) in geval van volstrekte noodzaak overgaan tot de bestuurlijke aanhouding : <W 1998-12-07/31, art. 184, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2001>
1° van een persoon die hen hindert in het vervullen van hun opdracht het verkeer vrij te houden;
2° van een persoon die de openbare rust daadwerkelijk verstoort;
3° van een persoon, ten aanzien van wie er op grond van zijn gedragingen, van materiële aanwijzingen of van de omstandigheden, redelijke gronden zijn om te denken dat hij voorbereidingen treft om een misdrijf te plegen dat de openbare rust of de openbare veiligheid ernstig in gevaar brengt, met als doel hem te beletten een dergelijk misdrijf te plegen;
4° van een persoon die een misdrijf pleegt dat de openbare rust of de openbare veiligheid ernstig in gevaar brengt, teneinde dit misdrijf te doen ophouden.
In de in het tweede lid van artikel 22 gepreciseerde gevallen kunnen de politieambtenaren overgaan tot de bestuurlijke aanhouding van personen die de openbare rust verstoren en hen van de plaats van de samenscholing verwijderen.
De vrijheidsbeneming mag nooit langer duren dan de tijd vereist door de omstandigheden die haar rechtvaardigen en mag in geen geval twaalf uur te boven gaan [1 , behalve wanneer een andere termijn van vrijheidsbeneming voorzien is in de nationale reglementering of de internationale reglementering die België verbindt]1.
(lid 4 opgeheven) <W 2007-04-25/38, art. 53, 018; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
[1 …]1
———-
(1)<W 2018-07-19/23, art. 5, 040; Inwerkingtreding : 31-08-2018>

Art. 32.In geval van samenloop van een gerechtelijke [1 arrestatie ]1 in de zin van het artikel 15, 1° en 2°, met een bestuurlijke [1 arrestatie]1, mag de vrijheidsbeneming niet langer dan [1 achtenveertig]1 uur duren.
———-
(1)<W 2017-10-31/06, art. 20, 037; Inwerkingtreding : 29-11-2017>

Art. 33. De agent van bestuurlijke politie die een bestuurlijke aanhouding verricht, verwittigt hiervan zo spoedig mogelijk de officier van bestuurlijke politie onder wiens gezag hij ressorteert.
De officier van bestuurlijke politie die een bestuurlijke aanhouding verricht of handhaaft, doet die aanhouding registreren en brengt hiervan zo spoedig mogelijk de burgemeester (van de betrokken gemeente) of, in voorkomend geval, de speciaal bevoegde bestuurlijke politieoverheid op de hoogte. <W 1998-12-07/31, art. 185, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2001>
(lid 3 opgeheven) <W 2007-04-25/38, art. 54, 018; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
(lid 4 opgeheven) <W 2007-04-25/38, art. 54, 018; Inwerkingtreding : 18-05-2007>

Art. 33bis. <Ingevoegd bij W 2007-04-25/38, art. 55; Inwerkingtreding : 18-05-2007> Elke vrijheidsberoving wordt ingeschreven in het register van de vrijheidsberovingen.
Dit register is de weergave van het chronologisch verloop van de vrijheidsberoving vanaf het begin tot het einde ervan of tot het ogenblik van de overdracht van de betrokken persoon aan de bevoegde overheden of diensten.
De inhoud en de vorm van het register van de vrijheidsberovingen en de voorwaarden waaronder de gegevens worden bewaard, worden door de Koning bepaald.

Art. 33ter.<Ingevoegd bij W 2007-04-25/38, art. 56; Inwerkingtreding : 18-05-2007> Elke bestuurlijke aangehouden persoon moet in kennis worden gesteld van :
– de vrijheidsberoving;
– de redenen van de vrijheidsberoving;
– de maximale duur van deze vrijheidsberoving;
– de materiële procedure van de opsluiting;
– de mogelijkheid tot het nemen van dwangmaatregelen.
De in deze wet bedoelde rechten die uit de vrijheidsberoving voortvloeien worden hetzij mondeling hetzij schriftelijk en in een taal die hij begrijpt medegedeeld aan elke persoon die het voorwerp uitmaakt van een bestuurlijke aanhouding, en dit op het ogenblik dat de officier van bestuurlijke politie de vrijheidsberoving verricht of handhaaft.
Deze kennisgeving wordt schriftelijk bevestigd in het register van de vrijheidsberovingen. De mededeling van de rechten van de aangehoudenen kan collectief georganiseerd worden mits deze procedure als dusdanig wordt opgenomen in het register.

Art. 33quater. <Ingevoegd bij W 2007-04-25/38, art. 57; Inwerkingtreding : 18-05-2007> Elke persoon die het voorwerp uitmaakt van een bestuurlijke aanhouding, mag vragen dat een vertrouwenspersoon wordt verwittigd.
Wanneer de officier van bestuurlijke politie ernstige redenen heeft om aan te nemen dat het verwittigen van een derde persoon een gevaar inhoudt voor de openbare orde en veiligheid, kan hij beslissen aan dit verzoek geen gevolg te geven en maakt hij hiervan melding in het register van de vrijheidsberovingen met opgave van de redenen die tot zijn beslissing heeft geleid.
Indien de van de vrijheid beroofde persoon minderjarig is, wordt de persoon die belast is met het toezicht erop hiervan ambtshalve verwittigd.

Art. 33quinquies. <Ingevoegd bij W 2007-04-25/38, art. 58; Inwerkingtreding : 18-05-2007> Elke persoon die het voorwerp uitmaakt van een bestuurlijke aanhouding heeft recht op medische bijstand.
Onverminderd het recht voorzien in het eerste lid, heeft elke persoon die het voorwerp uitmaakt van een bestuurlijke aanhouding subsidiair het recht een onderzoek door een arts naar keuze te vragen. De kosten voor dit onderzoek vallen ten laste van de betrokken persoon.

Art. 33sexies. <Ingevoegd bij W 2007-04-25/38, art. 58; Inwerkingtreding : 18-05-2007> Elke persoon die het voorwerp uitmaakt van een vrijheidsberoving heeft tijdens de ganse duur van zijn vrijheidsberoving recht op voldoende drinkwater, het gebruik van aangepast sanitair en, rekening houdende met het tijdstip, recht op een maaltijd.

Art. 33septies. <Ingevoegd bij W 2007-04-25/38, art. 62; Inwerkingtreding : 18-05-2007> De Koning bepaalt de nadere regels betreffende de toerekening van de kosten en de praktische organisatie ingevolge de toepassing van de artikelen 33quinquies, eerste alinea, en 33sexies.

Afdeling 8. [1 – Gebruik van dwangmiddelen]1
———-
(1)<Ingevoegd bij W 2018-03-21/21, art. 20, 038; Inwerkingtreding : 25-05-2018>

Art. 37.Bij het vervullen van zijn opdrachten van bestuurlijke of gerechtelijke politie kan [1 elk lid van het operationeel kader]1, rekening houdend met de risico’s die zulks meebrengt, geweld gebruiken om een wettig doel na te streven dat niet op een andere wijze kan worden bereikt.
Elk gebruik van geweld moet redelijk zijn en in verhouding tot het nagestreefde doel.
Aan elk gebruik van geweld gaat een waarschuwing vooraf, tenzij dit gebruik daardoor onwerkzaam zou worden.
———-
(1)<W 2017-11-12/07, art. 15, 036; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

Art. 37bis.<Ingevoegd bij W 2007-04-25/38, art. 61; Inwerkingtreding : 18-05-2007> Onverminderd de bepalingen van artikel 37, mogen de [2 leden van het operationeel kader]2 enkel in de volgende gevallen een persoon boeien :
1° bij de overbrenging, de uithaling en de bewaking van gedetineerden.
2° bij de bewaking van een persoon die het voorwerp uitmaakt van een [1 gerechtelijke vrijheidsbeneming of bestuurlijke arrestatie]1, als het noodzakelijk wordt beschouwd, gelet op de omstandigheden onder meer op grond van :
– [1 het gedrag van de persoon bij of tijdens de vrijheidsbeneming;]1
– diens gedrag bij vroegere vrijheidsberovingen;
– de aard van het gepleegd misdrijf;
– de aard van de veroorzaakte storing van de openbare orde;
– het verzet of geweld tegen de [1 vrijheidsbeneming]1;
– het ontvluchtingsgevaar;
– het gevaar dat betrokkene voor zichzelf, voor [2 het lid van het operationeel kader]2, agent van politie of derden vormt;
– het gevaar dat betrokkene zal trachten bewijzen te vernietigen of schade te veroorzaken.
———-
(1)<W 2017-10-31/06, art. 22, 037; Inwerkingtreding : 29-11-2017>
(2)<W 2017-11-12/07, art. 16, 036; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

Art. 37ter. [1 Onverminderd de bepalingen van artikel 37, is het boeien van een minderjarige persoon door leden van het operationeel kader verboden, behalve in de volgende gevallen:
1° bij de overbrenging, de uithaling en de bewaking van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit gepleegd hebben of daarvan verdacht worden;
2° bij de bewaking van een minderjarige die het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijke vrijheidsbeneming of een bestuurlijke arrestatie.
In beide gevallen mag een minderjarige slechts uitzonderlijk geboeid worden en alleen als het noodzakelijk wordt beschouwd, gelet op de omstandigheden op grond van:
1° het verzet of geweld tegen de vrijheidsbeneming;
2° het acute ontvluchtingsgevaar;
3° het gevaar dat betrokkene voor zichzelf, voor het lid van het operationeel kader, of voor derden vormt;
4° het acute gevaar dat betrokkene zal trachten bewijzen te vernietigen.
Het aanleggen van handboeien mag niet langer duren dan noodzakelijk op basis van de omstandigheden en moet steeds tot een zo kort mogelijke duurtijd beperkt worden. In geen geval mag de minderjarige geboeid blijven wanneer de omstandigheden die het boeien rechtvaardigen, ophouden te bestaan.
In geval van twijfel over de meerderjarigheid wordt de regeling van toepassing op minderjarigen toegepast.
Van elk geval van het aanleggen van handboeien bij minderjarigen wordt melding gemaakt in, naargelang van het geval, het proces-verbaal of in het register van de vrijheidsberovingen, waarbij het aanleggen van handboeien uitdrukkelijk met redenen moet worden omkleed op basis van de wettelijke voorwaarden. Dit register wordt opgenomen in de basisgegevensbanken zoals bedoeld in artikel 44/11/2.]1
———-
(1)<Ingevoegd bij W 2022-11-16/07, art. 2, 047; Inwerkingtreding : 01-03-2023>

Afdeling 2. [1 – Bezoek van bepaalde plaatsen]1

(1)<Ingevoegd bij W 2018-03-21/21, art. 14, 038; Inwerkingtreding : 25-05-2018>

Art. 26. (De politieambtenaren) kunnen steeds de voor het publiek toegankelijke plaatsen alsook de verlaten onroerende goederen betreden teneinde toe te zien op de handhaving van de openbare orde en de naleving van de politiewetten en -verordeningen. <W 1998-12-07/31, art. 180, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2001>(Zij) kunnen steeds diezelfde plaatsen betreden teneinde opdrachten van gerechtelijke politie uit te voeren. <W 1998-12-07/31, art. 180, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2001> Met inachtneming van de onschendbaarheid van de woning kunnen zij hotelinrichtingen en andere logiesverstrekkende inrichtingen bezoeken. Zij kunnen zich door de eigenaars, exploitanten of aangestelden van die inrichtingen de inschrijvingsdocumenten van de reizigers doen overleggen.

Afdeling 3. [1 – Fouilleringen]1

(1)<Ingevoegd bij W 2018-03-21/21, art. 15, 038; Inwerkingtreding : 25-05-2018>

Art. 27.[1 Onverminderd de bepalingen betreffende de noodplanning, kunnen de politieambtenaren, bij het uitoefenen van hun opdrachten van bestuurlijke politie, bij ernstig en nakend gevaar voor rampen, onheil of schadegevallen of wanneer het leven of de lichamelijke integriteit van personen ernstig wordt bedreigd, zowel `s nachts als overdag gebouwen, bijgebouwen en vervoermiddelen doorzoeken in elk van de volgende gevallen :

1° op verzoek van de persoon die het werkelijk genot heeft van een niet voor het publiek toegankelijke plaats of mits de toestemming van die persoon;

2° wanneer het hun op die plaats gemelde gevaar een uitermate ernstig en ophanden zijnde karakter vertoont dat het leven of de lichamelijke integriteit van personen bedreigt en op geen andere wijze kan worden afgewend.]1 Bij het vervullen van de opdrachten van bestuurlijke politie, kunnen de politieambtenaren (…), in geval van ernstig en nakend gevaar, eveneens onbebouwde zones doorzoeken. <W 1998-12-07/31, art. 181, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2001>

Het in dit artikel bedoelde doorzoeken mag slechts geschieden om personen op te sporen die in gevaar verkeren of om de oorzaak van het gevaar op te sporen en, in voorkomend geval, te verhelpen. De ontruiming van die gebouwen of zones evenals van hun onmiddellijke omgeving kan in diezelfde gevallen door een officier van bestuurlijke politie bevolen worden. In deze verschillende gevallen, dient de bevoegde burgemeester zo spoedig mogelijk op de hoogte te worden gebracht alsmede, naargelang de omstandigheden en in de mate van het mogelijke, de persoon die het werkelijk genot heeft van het gebouw, van het vervoermiddel of van de doorzochte zone of van het gebouw of de zone die werd ontruimd.

Afdeling 15. [1 – Territoriale bevoegdheid]1 

(1)<W 2018-03-21/21, art. 38, 038; Inwerkingtreding : 25-05-2018> Art. 45. De (leden van het operationeel kader) (van de federale politie en van de lokale politie) zijn bevoegd om hun opdrachten te vervullen op het geheel van het grondgebied van het Rijk. <W 1998-12-07/31, art. 192, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2001> <W 2006-04-01/38, art. 7, 011; Inwerkingtreding : 10-05-2006> (De politieambtenaren van de lokale politie vervullen hun opdrachten in principe op het grondgebied van de politiezone.) <W 1998-12-07/31, art. 192, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2001>

Bron: https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg_2.pl?language=nl&nm=1992000606&la=N

Het niet Politieke Grondgebied definieert de Superieure GoddelijkeNatuurlijkeCognitieve en Positieve wetten: De Wetten van het Land  (Law of the Land); De wet van één    ( Law of One Law). Gevestigd op Pactum De Singularis Caelum voor de Sui Juris Enige Erfgenaam Adultus Honoratus Beneficiair, levend biologisch organisch individu, Non Public.

Het Politieke Rijksgebied definieert de Inferieure Romeinse wetten: De Wetten van het water (zeerecht) (Law of the sea); Maritieme Wetten (Maritime Law); Admiraliteit Wetten  (Admiralty Law); Schijn van Wettelijk Recht (Color of Law)  (IN SEA DEAD, DEAD AT SEA, INSEAD, DAS). Gebaseerd op twaalf (12) vermoedens van het Romeinse hof (roman court) voor de dode legale fictie PERSOON (placenta natuurlijke persona)

Niet Politiek Grondgebied

Van de Eerstgeboren levende Enige Erfgenaam Beneficiairs

(Levende Biologisch Organische  Individuen)

Politiek Rijksgebied

Voor Politieke Niet- Erfrechtelijke Commerciële Derden Entiteiten

(Dode Legale Fictie PERSONEN)

Europa Europese Unie – United Nations
Vaste landmassa op Planeet Aarde, geschapen door de schepper, vrij én van elk levend individu. Kavels en Overheidsgebouwen (Maritieme Juridische Boxen) opgeëist door Overheden, enkel voor Politieke Entiteiten, EGI Transgender Extremisten.
Onder Onvervreemdbare Superieure Goddelijke, Natuurlijke en Positieve wetten van het Land (Law of the Land). Onder Inferieure Maritieme/Admiraliteit wetten, Codes en Statuten (Maritime Law/Admiralty Law/Color of Law).
Vrije Goddelijke Jurisdictie, de wet van één (Law of One Law). Onder Gedwongen Jurisdictie van Overheden, Gedwongen Slaven Contracten (Maritime Law/Admiralty Law/Color of Law). 
Privaat, Non Public. Vermeend Openbaar.
Niet Fictief, Goddelijk Fictieve vermeende macht van entiteiten, Satanisch
één Landmassa “Landen”  Simulaties
Niet Politiek Politiek
Natuurlijke Oorsprong. Onnatuurlijke Creatie.
Onvervuild Land, Water en Lucht Vervuild door Chemtrails, HAARP Weer Manipulaties (…)
Natuurlijke Producten, Medicinale Natuurlijke kruiden, Gezond (…) GMO’s, Big Farmaceutische Industrie, Giftig (…)
Overvloedige natuurlijke grondstoffen Schaarste Simulatie, Schaarste Creatie

Levende Enige Erfgenaam Beneficiair VS Dode Legale Fictie Persoon

 de Levende Enige Erfgenaam Beneficiair AHB, Non Public

Levend Biologisch Organische Individu

de Gecreëerde Legale Fictie

Entiteit, Publiek Openbaar

Dode Administratieve PERSOON

Niet Politiek Grondgebied Levend Individu Maritiem Politiek Rijksgebied Gecreëerde Administratieve Entiteit
Gegeven Na(a)m(en): John Edward  Persoons Naam: JOHN EDWARD PERSOON
In vrijheid geboren naar evenbeeld van de schepper met onvervreemdbare goddelijke rechten (Niet Politiek Grondgebied) Gecreëerd door de STAAT (Maritiem Politiek Rijksgebied)
Levend Biologisch Organisch Ademend Individu Gecreëerde Administratieve Legale Fictie Entiteit 
Privaat, Non Public. Publiek Openbaar.
Niet Fictief, onder Goddelijk Jurisdictie Fictief, onder Gedwongen Politiek Rijksgebied Jurisdictie
Levend geboren, Zelfbewust, Intelligent Individu Gecreëerde Administratieve (Betaal) Slaaf
Niet Politiek Politiek
Natuurlijke Oorsprong. Onnatuurlijke Creatie.
Geleid door de Geest van één Bezeten door Entiteit
Intelligent, Creatief, Zelfbewust, Zelfstandig uitvoerend Dood, Administratief, niet zelfbewust, niet zelfstandig uitvoerend, Dode niets kunnende Entiteit
Fysiek tastbaar levend niet patenteer -baar bestaansweefsel Fysiek niet tastbaar administratief, Protocollair beschreven als zijnde overleden in (DOG LATIN, GRAFZERK) HOOFDLETTERS

Inhoud Beschermd

Art. 496.[2 Hij die, met bedrieglijk opzet, beoogt een onrechtmatig economisch voordeel voor zichzelf of voor een ander te verwerven, hetzij door gebruik te maken van valse namen of valse hoedanigheden, hetzij door listige kunstgrepen aan te wenden om te doen geloven aan het bestaan van valse ondernemingen, van een denkbeeldige macht of van een denkbeeldig krediet, om een goede afloop, een ongeval of enige andere hersenschimmige gebeurtenis te doen verwachten of te doen vrezen of om op andere wijze misbruik te maken van het vertrouwen of van de lichtgelovigheid, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot drieduizend euro.]2

Notificatie:

Aan de niet– erfgerechtigde buitenstaander exploitanten van het politieke commerciële rijksgebied, handelend met Cestui Que Vie Live Life Competence (CQV LLC) voorkennis zoals Politie functionaris, Gerechtsdeurwaarder, Belastingdienst, Overheid, Rechtbank, Jurist,………. alsmede alle overige niet– erfgerechtigde politiek commerciële exploiterende derden bedrijven handelend met Cestui Que Vie Live Life Competence (CQV LLC) voorkennis. Handel met voorkennis is strafbaar.

Geachte Heer/Mevrouw

1 Allereerst geef ik u te kennen dat ik mijzelf uitsluitend mondeling uitspreek en/of schrijf in common English (Rules of Equity) in de Nederlandse taal zonder bedrog, dialect en/of misleidingen.

2 Ik ben de inwoner van het niet politieke grondgebied Enige Erfgenaam Beneficiair op planeet Aarde en ik ben uitdrukkelijk niet de overleden erflater (“dode” legale entiteit) van mijn individuele geboorte trust nalatenschap. Ik ben niet gehouden tot het verrichten van vooruitbetalingen en/of het voldoen van of aan (dwang)vorderingen van nieterfgerechtigde buitenstaander derden van het politieke commerciële rijksgebied.

3 Ik heb mijn individuele geboorte trust nalatenschap Cestui Que Vie Beneficiair (dus onder voorbehoud) onder voorrecht van [ACHTERNAAM] boedel beschrijving aanvaard, en heb op het advies van de ABNAMRO MeesPierson Bank, de Ministers van Financiën mijn Verklaring Beneficiaire Aanvaarding (VBA) doen toekomen.

4 Ik ben de beredderaar van de boedel op de [ACHTERNAAM] van mijn Erflater. Ik ben als Enige Erfgenaam Beneficiair, de enige bevoegde om de waarden van de boedel alsmede de fysieke boedel op de ACHTERNAAM van mijn Erflater, zoals nakomelingen, woning, vervoersmiddelen, land en levende haven te conserveren en de onrechtmatigheid van dwangvorderingen vast te stellen.

5 De vaststelling van de onrechtmatigheid van uw (dwang)vordering blijkt uit, dat u in uw (dwang)vordering mijn overleden Erflater (“dode” legale entiteit) beschrijft. Beschreven in (DOG LATIN) HOOFDLETTERS (of beginnende met de achternaam gevolgd door de gegeven voornaam / voornamen in common English), deze beide schrijfwijzen verwijzen herleidbaar naar mijn individuele geboorte trust nalatenschap van mijn overleden Erflater.

6 U daarentegen mag dat namelijk niet. U bent de politieke commerciële niet– erfgerechtigde buitenstaander exploitant van het politieke commerciële rijksgebied van de privacy beschermde geboorte gegevens van mijn placenta natuurlijke persona uit de burgerlijke stand, herleidbaar naar mijn individuele geboorte trust.

7 U bent de politieke commerciële nieterfgerechtigde buitenstaander exploitant van het politieke commerciële rijksgebied en u heeft geen bevoegdheid en/of jurisdictie in het niet politieke grondgebied van de Enige Erfgenaam Beneficiair op planeet Aarde.

8 Bovenstaande tekst is fysiek mondeling voorgelezen door de inwoner van het niet politieke grondgebied Enige Erfgenaam Beneficiair op planeet Aarde en verifieerbaar geplaatst in het openbare publieke domein genaamd “het internet” door de Enige Erfgenaam Adultus Honoratus Beneficiair Lux-Anne

De Levende Enige Erfgenaam Beneficiair AHB, CQV LLC Executeur Testamentair Lux-Anne is uitdrukkelijk niet; de overleden placenta -Erflater (placenta natuurlijke persona) [JAEGERS]

Niet Politiek Grondgebied VS Politiek Rijksgebied

Het niet Politieke Grondgebied definieert de Superieure Goddelijke, NatuurlijkeCognitieve en Positieve wetten: De Wetten van het Land (Law of the Land); De wet van één ( Law of One Law). Gevestigd op Pactum De Singularis Caelum voor de Sui Juris Enige Erfgenaam Adultus Honoratus Beneficiair, levend biologisch organisch individu, Non Public.

Het Politieke Rijksgebied definieert de Inferieure Romeinse wetten: De Wetten van het water (zeerecht) (Law of the sea); Maritieme Wetten (Maritime Law); Admiraliteit Wetten  (Admiralty Law); Schijn van Wettelijk Recht (Color of Law)  (IN SEA DEAD, DEAD AT SEA, INSEAD, DAS). Gebaseerd op twaalf (12) vermoedens van het Romeinse hof (roman court) voor de dode legale fictie PERSOON(placenta natuurlijke persona).

Art. 237.Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van vijftig [euro] tot vijfhonderd [euro] worden gestraft, en tot ontzetting, voor een duur van vijf jaar tot tien jaar, van de rechten genoemd in de eerste drie nummers van [1 artikel 31, eerste lid]1 kunnen worden veroordeeld : <W 2000-06-26/42, art. 2, Inwerkingtreding :01-01-2002>
(De leden en leden-assessoren van de hoven en rechtbanken, officieren van de gerechtelijke politie), die zich in de uitoefening van de wetgevende macht inmengen, hetzij door verordeningen te maken die wetgevende bepalingen inhouden, hetzij door de uitvoering van een of meer wetten te stuiten of te schorsen, hetzij door te beraadslagen over de vraag of die wetten zullen worden uitgevoerd;
(De leden en leden-assessoren van de hoven en rechtbanken, officieren van de gerechtelijke politie), die hun macht overschrijden door zich in te mengen in zaken welke tot de bevoegdheid van de administratieve overheid behoren, hetzij door verordeningen betreffende die zaken te maken, hetzij door de uitvoering te verbieden van de bevelen die van het bestuur uitgaan. <W 10-10-1967, art. 139>

Onderschuiving
(Belgisch recht). Er is onderschuiving, wanneer een persoon zich voorstelt of voorgesteld wordt als iemand, die hij niet is. De onderschuiving wordt gestraft in het Belgisch recht: wanneer goederen te koop worden gesteld of in omloop gebracht met ondergeschoven namen; wanneer een openbaar officier of ambtenaar in de uitoefening van zijn bediening valsheid pleegt door onderschuiving van personen; wanneer iemand in een reispas, een wapenverlof of een persoonboekje een ondergeschoven naam aanneemt; of wanneer iemand schuldig is aan onderschuiving van een kind bij een vrouw, die niet bevallen is (art. 191, 194, 199 en 363 Belgisch strafwetboek)

Het Nederlandsche wetboek kent de term onderschuiving niet. Handelingen, die het spraakgebruik onder onderschuiving samenvat, kunnen echter wel als strafbaar feit gekwalificeerd zijn, bijv. valsheid in geschrifte.

Deze website gebruikt cookies voor analyse-doeleinden en/of het tonen van advertenties. Door gebruik te blijven maken van de site gaat u hiermee akkoord.

Artikel 96 – Canons van fiduciair recht

96.1
Canons van fiduciair recht

Door dit allerheiligste Verbond worden de Canons van fiduciair recht gevormd, ook bekend als Canonum De Ius Fidei. Alle normen van de Goddelijke Wet zoals deze betrekking hebben op fiduciair recht zijn onderworpen aan opname in de Canon van fiduciair recht.

96.2
Primaire en enige echte 1e Canon van fiduciair recht

Het Canonum De Ius Fidei vertegenwoordigt de primaire, enige echte 1e canon van het fiduciair recht. Met uitzondering van dit Convenant zullen alle andere wetten, claims en overeenkomsten die normen van fiduciair recht claimen, secundair en inferieur zijn aan het Canonum De Ius Fidei ab initio (vanaf het begin).

Elke wet, rechterlijke bevelen, meningen of andere quasi-juridische claim die dit meest heilige feit tegenspreekt, of in tegenspraak is met een of meer clausules in Canonum De Ius Fidei, is de facto nietig en nietig vanaf het begin.

96.3
Structuur van de canon van het fiduciair recht

De Canon van het Fiduciair Recht, ook bekend als Canonum De Ius Fidei, is gestructureerd in Één (1) Boek, dat op zijn beurt is onderverdeeld in Hoofdstukken, die op hun beurt zijn onderverdeeld in artikelen en vervolgens een of meer Canons binnen elk artikel.

De belangrijkste hoofdstukken van de Canon van het Fiduciair Recht zijn:

I. Inleidende bepalingen
II. Kantoor
III. Officier
IV. Mandaat
V. Akte
VI. Erkenning
VII. Overeenkomst
VIII. Verplichting
IX. Perfectie
X. Verordening (Statuten)
XI. Uitspraak
XII. Rechtvaardigheid

bron: Article 96 – Canons of Fiduciary Law

(i) Niveau 1 van Leven zijn Polymeren (Moleculen); En
(ii) Niveau 2 van het leven zijn eencellig (bacteriën); En
(iii) Niveau 3 van het leven is een eenvoudige aseksuele soort (mono-neurale systemen); En
(iv) Niveau 4 van het leven zijn eenvoudige seksuele soorten (dual-neurale systemen); En
(v) Niveau 5 van het leven zijn complexe seksuele soorten (drievoudige neurale systemen); En
(vi) Niveau 6 van het leven is het leven van hogere orde (zelfbewuste drievoudige neurale systemen).

Definitie voor Persoon:

Uit het Latijnse persona = “het (fictieve) juridische karakter dat een individueel MENS of BEDRIJF vertegenwoordigt door TOESTEMMING”.

Persoon is een belangrijke rechtsregel die een fundamentele juridische fictie beschrijft — dat is elke individuele of formele organisatie die onderworpen is aan de Curie (rechtbanken) of lagere rechtbanken. Als toestemming wordt gegeven zonder dwang, kan een individu, een bedrijf en zelfs een natie juridisch worden beschouwd als een PERSOON en daarom onderworpen zijn aan de beginselen van het gewoonterecht en het commerciële ( maritieme ) recht van de Vaticaanse/ Romeinse cultus . Wettelijk gezien moet de naam die aan een Persoon wordt toegekend altijd in HOOFDLETTERS staan om een “persoon” te onderscheiden van een vrij man of een vrije samenleving.

Bron: Canon 1499; Definitie voor PERSOON